watertorentekoopeen initiatief van redres.
menu

watertorentekoop.nl · industrieel erfgoed

watertorens als industrieel erfgoed

De gebouwen achter de dagelijkse voorzieningen. De geschiedenis van Nederland is ook zichtbaar in fabrieken, gemalen, spoorwegwerkplaatsen en waterleidingbedrijven.

naar de kaart

Of zoek een toren op in het register.

watertoren Dirksland
Dirksland · foto: redres. 2011

Deze gebouwen maakten productie, vervoer en dagelijkse voorzieningen mogelijk. De watertoren neemt binnen dit industriële erfgoed een eigen plaats in, omdat zijn technische functie het silhouet rechtstreeks bepaalde.

fabriekswatertoren boven bedrijfsgebouwen
Watertoren bij de modelmakerij van machinefabriek Stork in Hengelo, 1997. IJsbrand Heins, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC BY-SA 4.0

01

onderdeel van een groter systeem

Een drinkwatertoren hoorde bij waterwinning, zuivering, pompstations en leidingen. Een spoorwegwatertoren maakte deel uit van een bevoorradingssysteem. Een fabriekstoren stond in verband met productieprocessen en andere bedrijfsgebouwen. Wie de betekenis van een toren onderzoekt, moet daarom ook naar het oorspronkelijke technische en ruimtelijke geheel kijken.

Drie soorten dus, elk met een eigen functie en een eigen vorm.

02

drinkwatertorens

drinkwatertoren Baarn
Baarn, 1903. foto: redres. 2011

Functie. Een drinkwatertoren houdt water op hoogte voor een heel leidingnet. De hoogte levert de druk; het reservoir vangt de pieken op als iedereen tegelijk tapt. Pompen vullen het vat, de zwaartekracht doet de rest. Zie ook hoe een watertoren werkt.

Vorm. Vrijstaand, hoog en zichtbaar, vaak met een pompstation en een machinistenwoning ernaast. Op het platteland was een reservoir van ongeveer 500 m³ gebruikelijk, in de steden 1.000 tot 1.500 m³. Het is de toren die het stadsbeeld moest dragen, en daar is hij ook naar ontworpen.

“…bestaat uit een zich verjongende toren met uitgekraagde reservoirbekroning volgens het Intze-type.”

Voorbeelden: Gouda 1883, Tilburg 1897, Baarn 1903, Utrecht, Breda 1934

03

spoorwegwatertorens

spoorwegwatertoren in de steigers
Herstel van de beschadigde watertoren bij het station van Zwolle, 1946–1947. D.C. Gerdessen (NS), Het Utrechts Archief · CC BY 4.0

Functie. Een stoomlocomotief verbruikt water. Op stations en emplacementen stonden daarom watertorens om de locomotieven te vullen; de eerste kwamen er vanaf 1839, en het werden er honderden.

Vorm. Kleiner en lager dan een drinkwatertoren, en dicht bij het spoor. Met de stoomtractie verdween ook de functie, en vrijwel allemaal zijn ze afgebroken. Wat over is, is schaars: de RCE kent de toren van Roermond ‘aanzienlijke zeldzaamheidswaarde’ toe.

“In gele baksteen en gewapend beton opgetrokken spoorwegwatertoren op cirkelvormige plattegrond, ter hoogte van drie bouwlagen en afgesloten met een plat gedekt, wit geschilderd betonnen waterreservoir.”

Voorbeelden: Roermond, station

04

fabriekswatertorens

fabriekswatertoren Moordrecht
Moordrecht, 1924. foto: redres. 2017

Functie. Een fabriek had water nodig voor het productieproces, voor koeling en voor brandbestrijding, en wilde daarbij niet afhangen van het openbare net. De toren gaf een eigen voorraad en een vaste druk. De watertoren bij de biscuitfabriek van Verkade had een sprinklerinstallatie; die van Nijverdal staat aan een koelwaterbassin.

Vorm. Vaak geen vrijstaande toren: hij is deel van het fabrieksgebouw, tegen een gevel gebouwd of op het dak gezet, in dezelfde stijl als de fabriek. Zo werd hij het merkteken van het bedrijf. Sommige torens deden meer: Moordrecht leverde ook drinkwater aan het dorp.

“De toren is behalve bij de fabriek ook in gebruik geweest voor drinkwaterlevering aan inwoners van de gemeente Moordrecht en als openbaar badhuis.”

“De fabriek bezat een eigen waterdistributiesysteem, zodat te allen tijde voor het productieproces een constante waterdruk gewaarborgd was.”

Voorbeelden: Hengelo, Stork 1917, Gouda, Plateelfabriek, Moordrecht 1924, Nijverdal, Waddinxveen, tabaksfabriek Dobbelman

05

techniek als historische bron

stoommachines van de duinwaterleiding
Machines van de Duinwaterleiding bij Leiduin, stereofoto, 1860–1880. Rijksmuseum RP-F-F12060 · CC0

Reservoirs, draagconstructies, afsluiters, leidingen, trappen en bordessen vertellen hoe een toren functioneerde. Bij herbestemming kunnen juist deze onderdelen onder druk komen te staan. Documentatie en waardestelling zijn nodig om te bepalen wat behouden moet blijven en waar aanpassingen mogelijk zijn.

Een veranderend landschap. Sommige watertorens staan nog op een voormalig bedrijfsterrein, terwijl andere inmiddels zijn opgenomen in woonwijken. Historische kaarten en luchtfoto's tonen hoe hun omgeving veranderde. Daardoor vertelt de toren zowel over een verdwenen technisch systeem als over de groei van de stad of het dorp eromheen.

Bronnen: RCE, Een toekomst voor watertorens (2013); Rijksmonumentenregister: 511733, 506153, 511045, 511967, 518048, 512248, 512002; RCE-dataset Watertorens.

Beeld: IJsbrand Heins, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (CC BY-SA 4.0); D.C. Gerdessen (NS), Het Utrechts Archief (CC BY 4.0); Rijksmuseum RP-F-F12060 (CC0); overige foto’s: redres.